Senaat bevestigt Federale volmachtenwet tegen verspreiding coronavirus

(27/03/2020)

Senaat bevestigt volmachtenwet om maatregelen te nemen tegen de verspreiding van het coronavirus. Lees hier de plenaire tussenkomst van CD&V fractieleidster Sabine de Bethune:

“Ook de CD&V‑fractie is van   oordeel dat er geen reden is om de volmachtenwet die gisteren door de Kamer van volksvertegenwoordigers werd goedgekeurd, te amenderen. Wij gaan   uiteraard eveneens akkoord om straks bij zitten en opstaan te beslissen de volmachtenwet niet te amenderen, zodat hij onmiddellijk van kracht kan   worden.

  Wij staan   achter deze wet en wensen onze waardering uit te drukken voor de kordate en   efficiënte wijze waarop de federale regering de voorbije dagen het land heeft bestuurd. Dat gebeurde in zeer constructieve dialoog en samenwerking met de deelstaten en in een heel bijzondere en interessante samenwerking met de experts die we in ons land hebben en die de samenleving nu leert kennen. We prijzen ons gelukkig om zoveel talent en engagement in onze maatschappij.

  Deze kordate en genuanceerde besluitvorming moet nu alle kansen krijgen en daarbij is een   volmachtenwet verantwoord en grondwettelijk. Verantwoord, want er is   duidelijk sprake van uitzonderlijke omstandigheden – dat heeft ook de Raad van State gevalideerd – en de volmachten gelden voor een beperkte tijd van   drie maanden, mogelijk verlengd tot zes maanden. De regering engageert zich bovendien tot de nodige transparantie en ook een parlementaire controle is   opgezet. Ook wij, senatoren zullen daarin een rol spelen, vanuit ons   perspectief en onze beperkte, maar ook onze grondwettelijke bevoegdheden. Tot   slot zijn de volmachten heel precies afgebakend. Dat geldt eveneens voor de   artikelen waarvoor ook de Senaat bevoegd is, namelijk de mogelijkheid om de   wet op de Raad van State te wijzigen voor wat de jurisdictie betreft. De   administratieve colleges zijn, zoals de minister heeft uitgelegd, in tijden   van social distancing niet in de mogelijkheid om normaal te functioneren. Het spreekt dan ook vanzelf dat aanpassingen aan de wet mogelijk moeten zijn, indien dat nodig is voor de rechtszekerheid van de werking van de Raad van State. Hetzelfde geldt voor het feit dat we in bepaalde omstandigheden van extreme nood moeten kunnen afzien van de verplichting om de Raad van State om advies te vragen. Deze   artikelen voldoen perfect aan de voorwaarden die voor een volmachtenwet gelden.

  Tot slot sluit   ik me aan bij wat alle collega’s voor mij hebben benadrukt en wil ook ik mijn grote waardering uitspreken voor de mensen in onze samenleving die verantwoordelijkheidszin en solidariteit tonen. Ik denk daarbij aan de mensen in de eerste linie, die in de bres springen om anderen te verzorgen en de verzorgingscapaciteit te vergroten en die zelf met spoed zaken bijleren. Die flexibiliteit en veerkracht zijn indrukwekkend. Maar ik denk ook aan allen die de samenleving doen draaien, alle radertjes van het systeem, van hoog tot laag, van de vrachtwagenchauffeurs tot het personeel in kruidenierszaken en   supermarkten, van koeriers die pakjes ronddragen tot de leerkrachten die de scholen open houden voor de kinderen van mensen die niet van thuis uit kunnen werken en het personeel van kinderdagverblijven. En dan vergeet ik er ongetwijfeld nog velen. Ik wil mijn waardering uitspreken voor alle mensen die de samenleving doen draaien, maar ook voor die andere groep, zij die verantwoordelijk thuisblijven om te zorgen dat we de besmettingscurve in bedwang kunnen houden en vertragen, zodat de pandemie in ons land onder controle blijft. Daar zetten wij ons allemaal samen voor in. Ik dank ook in het bijzonder degenen die aandacht hebben voor de zwaksten, de gemeentebesturen die zeer merkwaardige initiatieven hebben genomen om daklozen onderdak te bieden en   maaltijden te bedelen en alle vrijwilligers in het middenveld. Laten we hopen   dat deze grote dynamiek en verantwoordelijkheidszin blijven duren, want nu   moeten we doorzetten. En daarvoor kunt u op ons rekenen. “

Bron: verslag plenaire zitting Senaat 27 maart 2020